21
Vroeg opstaan loont!
Om kwart over acht was ik nog in diepe slaap. Ik droomde dat Roland me wakker kuste en zei ‘heb je toevallig zin om mij naar het station te brengen?’ maar het was geen droom: een half uur later zat ik in de Renault aan de voorzijde van het station. Roland was al naar de trein en ik keek natuurlijk even op twitter.
Zie ik daar een tweet van mijn beroemde stadsgenoot Miss Montreal en, al ben ik nauwelijks wakker, ik begrijp het heel goed: ze heeft een lift nodig. Op de radio hoor ik ondertussen dat dat in scene gezet is om geld bij elkaar te scharrelen voor Serious Request, dus ik bied acuut €100 op het autoconcert. M’n oogjes gaan steeds verder open en ik begrijp dat ik aan de verkeerde kant van het station sta. ik start de auto en rijd naar het Piet Mondriaanplein aan de achterzijde. Op de radio hoor ik hoe Miss Montreal speelt bij mijn voorgangers in de auto. Dit wordt leuk!
Door een technisch probleempje kan het optreden in mijn auto niet live op de radio, maar ze maken een flimpje dat later op de dag op de site komt. Natuurlijk denk ik even ‘ojee, ik zie er niet uit,’ want ik kom immers net uit bed en heb mezelf nauwelijks opgeknapt. Maar goed. Alles voor het goede doel, zeggen ze dan
.
Miss Montreal is eigenlijk al klaar met liften, maar ze speelt Just A Flirt op mijn achterbank, gepersonaliseerd en wel… geniet maar even mee:
En het filmpje dat 3FM er van maakte:
Kortom: mijn dag is uitstekend begonnen!
25
Les 7: jouw toetje of jou toetje?
Don Quichot trekt ten strijde!

Is het ‘jouw toetje’ of ‘jou toetje? Is het ‘dit toetje is voor jouw’ of ‘dit toetje is voor jou’? Op de één of andere manier is dit voor veel mensen erg moeilijk. Niet alleen voor domme mensen. Ook slimme mensen doen dit vaak fout. Hoe komt dat? Natuurlijk weer doordat je het niet hoort. Het klinkt hetzelfde: jou en jouw.
Hoe zit het in elkaar?
Als je zegt ‘dit is jouw toetje’, dan is het met een w. En zeg je ‘dit toetje is voor jou’, dan is het zonder w. Waarom? Vervang het maar eens door mijn en mij, dan hoor je het wel: ‘dit is mijn toetje’ en ‘dit toetje is voor mij’. Het ene is een bezittelijk voornaamwoord (mijn en jouw) en het andere is een persoonlijk voornaamwoord (jou en mij).
Vervang het maar gewoon door mijn en mij, dan hoor je het. Is het ‘mijn’, dan is het ook ‘jouw’. En is het ‘mij’, dan is het’jou’.
Nu niet meer fout doen, lieve mensen. Het doet zo’n pijn aan mijn ogen.
18
Les 6: de cursus ‘d of t’ samengevat
Don Quichot trekt ten strijde!

In deze les vatten we de hele cursus samen, natuurlijk met een ouderwets knullig filmpje van mijn hand. Mijn vak heeft veel met tekst te maken, maar niets met filmpjes… En dat zie je
Krijgt ‘ik’ een d of een t?
‘Ik’ noemen we de ‘eerste persoon enkelvoud’. En die krijgt geen t! Nooit ofte nimmer!
Ik word opgehaald. Ik laad mijn telefoon op. Ik rijd met de auto. Ik onthoud nooit iets. Ik bereid mij goed voor.
Hoe zit dat bij ‘jij’?
Jij is de ‘tweede persoon enkelvoud’. Deze is iets moeilijker. ’Jij’ krijgt een t als ‘je’ of ‘jij’ ervoor staat. Maar kom je later, dan krijg je geen t (thee):
Als je dit niet onthoudt, dan onthoud je niks. Je hoort niet het niet, maar hoor je het wel, dan is het niet zo moeilijk.
En bij ‘hij’? Of ‘zij’ of ‘het’?
Hij, zij en het noemen we de ‘derde persoon enkelvoud’. Deze krijgt in de tegenwoordige tijd altijd een t. Ervoor of erachter, maakt niet uit. Altijd een t.
Hij onthoudt het vast niet, maar misschien onthoudt zij het wel.
Hij betaalt de rekening en zij rijdt naar huis.
Help, wat is een ‘voltooid deelwoord’?
Een voltooid deelwoord is bijvoorbeeld ‘gekocht’. Veel voltooide deelwoorden beginnen met ge-. Ze hebben altijd een hulpwerkwoord nodig om in een zin te staan: hebben, worden of zijn.
Ik ben veilig geland. Ik heb dat gekocht. Daar word je gestoord van.
Moet het voltooid deelwoord met een d of een t?
Deze krijgen alleen en t op het eind, als de laatste letter van de stam van het werkwoord een medeklinker is uit ’t Kofschip.
Hij is verhuisd. Hij heeft betaald. De wind is gedraaid. Zijn vrouw is vermoord. Wanneer is die maïs gepoft? Heb jij dat ingepakt? Dat heeft mij geraakt.
Wil je toch nog even alle lessen helemaal doen? Dat kan:
Les 1: ik word of ik wordt >>
Les 2: jij rijd of jij rijdt >>
Les 3: hij vermijd of hij vermijdt >>
Les 4: help, wat is een voltooid deelwoord? >>
Les 5: hij is verhuisd of hij is verhuist >>
16
Les 5: hij is verhuisd of hij is verhuist
Don Quichot trekt ten strijde!

O, o, o, wat gaat het vaak fout in onze mooie taal: de d of de t aan het eind van een voltooid deelwoord. Ik doe een poging het nog één keer uit te leggen.
Veel mensen hebben er wel eens van gehoord: ’t Kofschip. Ook wel ’t Fokschaap genoemd. Dit is een ezelsbruggetje waarmee je kunt bepalen of een voltooid deelwoord een d of een t krijgt op het eind.
Bij voltooid deelwoorden als ‘genomen’, ‘gelopen’ en ‘gebakken’ is er natuurlijk niets aan de hand. Dan heb je geen d of t nodig. Er zijn echter heel veel voltooid deelwoorden die eindigen op een d of een t en die zijn voor veel mensen heel erg moeilijk.
Is het verhuisd of verhuist? Betaald of betaalt? Als je nou echt helemaal geen idee hebt en je moet gokken, gok dan op een d. Dat is vaker goed dan een t. Wil je het echter altijd goed doen (en dat wil je), dan moet je nu even opletten. Hier komt het ezelsbruggetje.
‘t Kofschip
Werkwoorden waarvan de stam eindigt op een medeklinker uit ’t Kofschip, krijgen als voltooid deelwoord aan het eind een t. De stam van het werkwoord is het werkwoord zonder –en of –n.
Kapp(en) – de p staat in ’t Kofschip – gekapt
Pakk(en) – de k staat in ’t Kofschip – gepakt
Poff(en) – de f staat in ’t Kofschip – gepoft
Fiets(en) – de s staat in ’t Kofschip – gefietst
Laat je niet gek maken!
Verhuiz(en), verhuisd – in het voltooid deelwoord staat een s en die staat in ’t Kofschip. Dus denk je misschien dat het voltooid deelwoord met een t moet. Dat klopt niet! Je moet kijken naar de medeklinker aan het eind van de stam van het werkwoord! En dat is een z! Staat die in ’t Kofschip? Nee. Dus wat is de laatste letter van het voltooid deelwoord? Precies. Een d.
Lev(en), geleefd – hier gebeurt hetzelfde, maar dan met een f en een v. De f staat in ’t Kofschip, maar de laatste letter van de stam is geen f, maar een v.
Draai(en) – de stam eindigt niet op een medeklinker, maar op een klinker (de i), dus het voltooid deelwoord krijgt een d! Laat je niet in de war brengen door die i. Die staat wel in ’t Kofschip, maar het ging niet om de klinkers!
Helaas
Je ziet: als je het echt goed wilt doen, zul je in ieder geval moeten onthouden:
- wat een voltooid deelwoord is;
- wat de stam van het werkwoord is;
- hoe je ’t Kofschip gebruikt.
Ik moet zelf maar eens op een cursus Online Presentaties Maken Met Voice Over… Wat zien mijn filmpjes er beroerd uit! Gelukkig heb ik meer verstand van taal.
15
Les 4: help, wat is een voltooid deelwoord?
Don Quichot trekt ten strijde!

O, help. De d’s en t’s bij de voltooide deelwoorden. Dat is niet eenvoudig. Om te beginnen met je dus weten wat een voltooid deelwoord is. Dan moet je het nog herkennen als je het tegenkomt en dan moet je het nog correct vervoegen. Ik geef het je te doen.
Aan mij dus de schone taak om jou uit te leggen hoe het moet. Dat doen we in twee keer. Anders wordt deze les veel te lang en daar zit niemand op te wachten.
Wat is een voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord laat zien dat iets af is. Het is klaar. Daarom heet het ook ‘voltooid’. Dus het verhuizen is klaar bij ‘verhuisd’. Het fietsen is afgelopen bij ‘gefietst’ en er gebeurt niets meer bij ‘gebeurd’. Ja? Oké.
Hoe herken je een voltooid deelwoord?
Om te beginnen natuurlijk doordat het blijkbaar voorbij is. Het is af. Helemaal. Bovendien staat er netjes een hulpwerkwoord bij. Help! Een hulpwerkwoord. Precies. Een hulpwerkwoord helpt het voltooid deelwoord om in de zin te staan. Uit zichzelf kan een voltooid deelwoord dat niet. Natuurlijk kun je kaartjes versturen met ‘verhuisd!’ en iedereen snapt dat, maar het is natuurlijk geen volledige zin. Het is een zin als er staat ‘wij zijn verhuisd’. En wat is dan dus het hulpwerkwoord? Precies, dat is ‘zijn’. ‘Hebben’ komt ook veel voor, zoals in het zinnetje ‘zij heeft gefietst’. Ja, je kunt ook zeggen ‘zij is met de fiets gekomen’; dan omzeil je het hele probleem, maar dan is ze dus gekomen en dat is… juist, een voltooid deelwoord. Overigens eentje waarbij je geen probleem zult hebben met het correct vervoegen; geen d of t te bekennen. Er is nog een hulpwerkwoord dat heel veel wordt gebruikt en dat is ‘worden’. Zoals in de vorige zin: ‘wordt gebruikt’: dat is een vorm van het hulpwerkwoord ‘worden’ plus het voltooid deelwoord ‘gebruikt’.
Nu iedereen weet wat een voltooid deelwoord is, zijn we klaar voor de vraag: wanneer schrijf je een voltooid deelwoord met een d en wanneer met een t? Dat doen we morgen.
12
Les 3: hij vermijd of hij vermijdt
Don Quichot trekt ten strijde!

De vraag van vandaag is: is het ‘hij vermijdt’ of ‘hij vermijd’? Ook bij dit werkwoord heb je het probleem dat je het verschil niet hoort. Dat maakt het moeilijk. Maar gelukkig is het antwoord vandaag heel erg eenvoudig: bij hij krijg je altijd een t. Behalve als het verleden tijd is, weet je nog? In de verleden tijd krijgt niks of niemand een t. Dus ook ‘hij’ niet. Hoe graag hij dat soms ook lijkt te willen. Kijk maar naar de voorbeelden hiernaast.
Hoe zit dat met zij of het?
Hij is hetzelfde als zij of het. Of meneer Jansen of Angela Groothuizen. Krijgen allemaal een t. Waarom? Omdat het allemaal ‘derde persoon enkelvoud’ is. Precies, ja. De eerste persoon ben je zelf: ik dus. De tweede persoon is de ander: jij. En de derde persoon is alles en iedereen die niet ik of jij is.
Enkelvoud betekent dat hij of zij of het in z’n eentje is. Anders heet het meervoud. Dat werkt weer heel anders. Daar heb je dat probleem van de d’s en de t’s ook niet. Dan is het gewoon: de mensen worden hier helemaal gek van. Geen t te bekennen.
Kortom
Het is dus: hij wordt. Hij rijdt. Hij laadt op. Hij onthoudt. Hij vermoordt. Ook als hij erachter staat: wordt hij vermoord? Vermoordt hij die vrouw of doe jij het? Rijdt hij altijd zo onhandig?
Het is dus gemakkelijker dan met ‘jij’, want het is gewoon altijd een t.
11
Les 2: jij rijd of jij rijdt
Don Quichot trekt ten strijde!

Is het ‘jij rijd’ of ‘jij rijdt’? Deze is lastiger dan ‘ik word’. Waarom? Niet omdat het een ander werkwoord is, want met ‘worden’ is dit net zo moeilijk. Waarom dan wel? Nou, bij ‘jij’ is het soms met een t en soms zonder. Help! Rustig maar, geen paniek. Het valt mee.
Het zit zo. Als ‘je’ (of ‘jij’; dat is hetzelfde, maar dat wist je wel hè?) ervóór staat, dan is het met een t. En als ‘je’ erachter staat, dan is het zonder t. Waarom? Dat doet er niet toe. Het is zo.
Dit is alleen maar lastig bij werkwoorden waarbij de stam van het werkwoord op een d eindigt. Help, wat is de stam van een werkwoord? Simpel gezegd: het werkwoord zonder de –n of de –en. Dus in het geval van rijden is dat rijd. En juist doordat dat hetzelfde klinkt als rijdt (of zelfs als rijt), ontstaat de verwarring. Bijvoorbeeld ook bij ‘onthouden’ en ‘opladen’. Ik noem maar wat. ‘Jij onthoudt dat altijd zo goed. Onthoud jij dat even voor mij?’ ‘Je laadt je telefoon op. Laad je daarna mijn telefoon op?’ Niet te verwarren met ‘laten’! Want dan is het natuurlijk ‘jij laat’ en ‘laat jij’. Dan komt er geen t bij. Logisch is dat misschien niet, maar dat maakt niet uit. Het is taal, geen wiskunde.
Nou lijkt het misschien alsof het alleen maar in vragen voorkomt, dat ‘je’ achter het werkwoord staat. Dat hoeft niet. Kijk maar: ‘Als hij steeds bozer wordt, word jij dat ook.’
En dan nog wat: dit geldt niet in de verleden tijd. In de verleden tijd krijgt niks een t. Dus schrijf alsjeblieft nooit ‘jij werdt’, want dat is heel erg fout. Of ‘jij reedt’. Of ‘jij onthieldt’. Dit doet gewoon pijn aan mijn ogen.
Doe me trouwens een lol en verwar deze ‘je’ niet met een andere ‘je’, namelijk deze: ‘wordt je collega morgen ontslagen?’ Dan kun je ‘je’ vervangen door ‘jouw’. Niet door ‘jij’. Dus ‘je’ hoort niet bij het werkwoord, maar bij de collega. En de collega hoort bij het werkwoord. Snap je het nog? Ik hoop het.
Ezelsbruggetje
Hoe moet je dit nou onthouden? Vervang het werkwoord door een werkwoord waar die d of t niet in zit. bijvoorbeeld ‘lopen’. Het is ‘loop jij even naar de supermarkt’ en ‘je loopt vreselijk in de weg.’ Niks aan de hand. Kind kan de was doen.
10
Les 1: ik word of ik wordt
Don Quichot trekt ten strijde!

Is het ‘ik word’ of ‘ik wordt’? Deze is heel erg gemakkelijk. ‘Ik’ krijgt nooit een t. Behalve in de vorige zin. Want daarin verwijst ‘ik’ niet naar mij, maar is het een dingetje en dan is het derde persoon enkelvoud en die krijgt wel een t. Dat komt in les 3 en nu maak ik het veel te ingewikkeld.
Om kort te gaan: het is ‘ik word’. Het is namelijk ook ‘ik loop’ of ‘ik zeg’ of ‘ik doe’. Het is wel ‘ik lust’, maar daar zit de t al in het werkwoord. Bij ik komt er geen t bij. Ook niet in de verleden tijd. Maar dan krijgt niks een t. Komt ook nog. Andere les.
Om het in vaktaal te zeggen; eerste persoon enkelvoud krijgt als persoonsvorm de stam van het werkwoord. Globaal dan. We gaan even niet in op alle technische details. We houden het simpel: bij ik geen t.
Toch blijf ik erbij: het was ‘in real life’ veel gezelliger geweest
. Maar ook duurder, dat geef ik toe.
Dag allemaal, tot de volgende keer.
‘Dit is toch helemaal niet nodig?’
11 november 2010 – Ik krijg allerlei reacties, waaronder de vraag of dit nou echt nodig is. ‘Het komt toch niet voor dat mensen ‘ik wordt’ schrijven?’ Nou, lieve mensen… dat komt wel voor. En echt niet alleen maar bij domme mensen. Een greep uit twitter van het laatste uur:

20
Do it and do it and do it and do it…
‘I gotta feeling, that tonight’s gonna be a good night!’ schalde op 7 september ‘s avonds door Zandfoort aan de Eem, bij de lancering van de twirlskalender. Eerder die dag waren de Black Eyed Peas op 3FM al langsgekomen, ook voor de twirls. En zondag hoorde ik het nummer weer.
Amsterdam, 17 oktober 2010. In mijn leven een bijzondere dag, want na een half jaar trainen ben ik er klaar voor: met de twirls 8 kilometer hardlopen tijdens de Amsterdam Marathon. We zijn opgewonden. We hebben er zin in. Ik weet dat ik het kan, maar ik weet niet hoe lang ik erover zal doen. Het startschot hoor ik niet, maar de massa komt in beweging en ik ga mee. Ik ga mee, ik ga mee, ik ga mee! Vertrouwde liedjes met een lekker tempo brengen me op gang. Daar ga ik. De Wanda die het liefst altijd hoge hakken draagt en die met verve uitdraagt dat ze niet van sport houdt. Ik ren over tramrails en vluchtheuvels, door het Vondelpark, langs het Rijksmuseum. Langs veel lieve, juichende, klappende mensen. Langs bandjes en EHBO-posten. In de stralende zon. Amsterdam was nog nooit zo mooi.
Terwijl mijn knieën steeds meer pijn gaan doen en ik nog ongeveer anderhalve kilometer naar de eindstreep moet, komt de vertrouwde beat langs in mijn playlist: ‘Here we come, here we go, we gotta rock. Easy come, easy go, now we on top!’ Is het precies het goede moment? Ik voel de tranen branden. Daar is het stadion! Ik hoef niet meer zover! Maar ik wil nog niet stoppen, want het is zo mooi… Een stem die mijn naam roept. Daar staat mijn dierbare vriendin Liesbeth onverwacht toch langs de route, met haar jongste dochter. Ik roep dat het goed gaat. De pijn is weg.
Ik ben om. Hardlopen is leuk. En finishen in het Olympisch Stadion is waanzinnig mooi. ‘Just do it.’ Gewoon beginnen. Met twee minuutjes. En na twee weken loop je al vijf minuutjes achter elkaar. En na een half jaar… kun je gewoon 8 kilometer hardlopen. In 52 minuten en 33 seconden!
Hoe meer je het doet, hoe beter je wordt. Ik was van plan hier een parallel te trekken met schrijven, maar ik laat het achterwege. Ik wil gewoon nog even dat gevoel vasthouden. Van dat stadion. Die mensen. De muziek. De pijn. Het zweet. De medaille. Volgend jaar weer…
22
De consumentenbond is niet consumentgericht
Ik had er al zo mijn twijfels bij, maar nu weet ik het zeker: met de klantgerichtheid van de consumentenbond is het niet best gesteld. Mooi blaadje, leuke testjes… maar wacht even… Wat is die club nog 1.0, zeg! Ik weet het, het is heel erg 2010 om in 1.0 en 2.0 te spreken, maar 2010 is nog niet voorbij. Dus het mag nog.
Vorig jaar had ik een nieuwe smartphone nodig. Nou ja, nodig… dat is een relatief begrip. Ik had wel een ding om mee te bellen, maar dat vond ik niet goed genoeg. Ik wilde me het schompes twitteren, altijd online kunnen, muziek draaien. Dat soort leuke dingen. Welke smartphone moest ik hebben? Dat is nou echt een vraag voor de consumentenbond. Die hadden daar net een test over gedaan. Dus: ik wilde die test. Gaat niet. Moet je lid worden.
Lid
Ja! Lid worden! Voor. Een. Heel. Jaar. En dat kost je €61,=. ‘Dat is dan wel inclusief de consumentengids, mevrouw!’ Oja, dat blad van ze. Met tests die eigenlijk alweer over de datum zijn als ze van de drukker komen. Hoef ik niet. Maar ja. Ik wilde het besluit een iPhone te nemen graag goed onderbouwen – dat ding is namelijk wel de duurste smartphone. Om ‘m nog wat duurder te maken, werd ik dus lid van de consumentenbond. Om in hun test te lezen dat de iPhone inderdaad de beste smartphone is. Dacht ik al. Het werd dus een iPhone. En ik nam mij voor om mijn lidmaatschap meteen op te zeggen.
Formulier
Je raadt het al: dat vergat ik. Dus vorige week viel de factuur op de mat voor mijn tweede jaar als lid van de consumentenbond. Oja, dat wilde ik niet. Even bellen. Echt verbaasd was ik niet: stilzwijgende verlenging, tijdig schriftelijk opzeggen. Schriftelijk? ‘Het mag ook op de site, mevrouw.’ O, gelukkig. De dame aan de andere kant van de lijn vertelde mij waar ik in de ondoorgrondelijke menustructuur van de site Het Formulier kon vinden waarmee ik kon opzeggen. Formulier. Hou toch op. Maar goed, ik heb het braaf gedaan.
Coulance
Oja, wilt u ook ophouden mij de gezondgids te sturen? Die hoef ik niet. ‘O, maar daar heeft u net een abonnement op genomen!’ Nee hoor, ik niet! ‘Jawel, mevrouw.’ Nee! Dat wil ik niet! ‘Nou, dan zal ik het uit coulance beëindigen.’ Coulance?? Ik hield me in. Ik bedankte haar zeer vriendelijk.
1995
Hemeltje lief. Wanneer houden al die clubs en bladen er eens mee op dat je voor een jaar aan ze vast zit? Hoe 1995 is dat? Dat wil de moderne – let op het woord – consument helemaal niet meer! We willen vrij zijn. Nu een test downloaden op de site van de consumentenbond, morgen ergens anders. We willen best betalen per test, zoals we per nummer betalen op iTunes. Had ik gerust een paar euro voor neergeteld. Dat kan volledige geautomatiseerd, dus wat is het probleem?
Probleem
Ik denk dat ik wel weet wat het probleem is. Er staat ergens een prachtig gebouw bomvol werknemers. Ze zijn als de dood dat ze dat niet meer kunnen betalen als ze ons, de consument, laten bepalen wanneer wij wat willen kopen. Terwijl ik denk: dit is 2010. Je wint er klanten mee als je ons vrij laat. Ons. De consumenten. Misschien heb je dan geen leden meer die €61 per jaar betalen, maar wel een heleboel mensen die per test bijvoorbeeld €2,50 neertellen. Op het moment dat zij dat willen. Linkjes vanaf sites als kieskeurig.nl. Betalen met PayPal of desnoods iDeal en hoppeta, weer een paar euro in de pocket.
Check
Dus. Zinloos, duur lidmaatschap beëindigd per 1 september 2011. Check. En mezelf voor de zoveelste keer voorgenomen nooit meer ergens lid of abonnee van te worden als ik er voor een jaar aan vast zit. Behalve dan bij T-Mobile. Want daar krijg je er een iPhone bij, de beste smartphone volgens de consumentenbond.
Dit ben ik
- ach ach ;-) “@eenCaesar: Bezoek is weg. Ik kan eindelijk mijn tranen de vrije loop laten. #bayche” 7 hours ago
- Bedtijd! 7 hours ago
- @tractrice dat is toch pas volgende week 7 hours ago
- Feestje van @eenCaesar wordt toch nog gezellig! http://t.co/m540C7zO 8 hours ago
- @PaulAlders 8 juni 8 hours ago




